De Cairn terriėr is een
kleine, opgewekte, vrolijke hond,
een expert in het
uitdenken van kattenkwaad. Hij maakt
altijd een levendige
indruk. De Cairn straalt blijheid en
enthousiasme uit. Hij houdt
steeds zijn omgeving in de
gaten, niets van wat er
om hem heen gebeurt ontgaat een
Cairn. Karakteristiek
voor de Cairn is de eigenwijsheid
en eigengereidheid
waarmee hij door het leven dartelt:
de eigenwijze,
zelfstandige boskabouter.
De Cairn is opgeruimd
van aard, hij is altijd opgewekt en vrolijk, ziet overal de lol van in. Is
altijd in voor een spelletje, op zoek naar kattenkwaad. Ondeugend dus,maar
met een hele grote dosis vertedering, waardoor het moeilijk is om boos op
hem te worden. Een Cairn Terriėr is voor niets en niemand bang, gaat overal
op af om polshoogte te nemen en bemoeit zich graag overal mee. Zelfs op de
grootste hond uit de buurt stapt hij onverschrokken af, zich niets
aantrekkend van zijn eigen bescheiden formaat. Cairn terriėrs zijn honden
van tegenstellingen: het ene moment ligt hij lekker te slapen in zijn mand
of aan je voeten: het volgende moment staat hij vol actie voor het raam om
een toevallig passerende kat weg te jagen. Van oorsprong is de cairn een
jachthond, het jachtinstinct heeft de hond in de loop der jaren niet
verloren. Jagen is nog steeds zijn lust en zijn leven. Vreemde katten worden
met plezier naar elders verwezen. Mollen worden uitgegraven en ratten en
muizen opgespoord en als prooi beschouwd. In het bos en duinen gaan ze graag
achter konijnen aan, tot in de holen aan toe. Menige Cairn-eigenaar is zijn
hond in het bos of in de duinen uren kwijt geweest, de baas roepend, de
Cairn jagend en plezier makend. Overigens, de Cairn komt uiteindelijk wel
terug ....... niet als de baas roept, wel als hij uitgejaagd en moegespeeld
is en honger heeft. Vol vertrouwen wachten ze dan op de plaats waar ze de
baas zijn kwijtgeraakt tot ze weer worden opgehaald.
Opvallend is dat de
meeste Cairns, ondanks hun sterke jachtinstinct, katten, witte muizen,
cavia's, konijnen als huisdier prima accepteren, als zij hier als pup aan
wennen. Deze dieren behoren tot hun "gezin" en vaak zullen zij ze tot het
uiterste verdedigen. Echter: de cavia in het huis van de buren of het
hangoorkonijn in de tuin van opa wordt ook dan vaak als prooi beschouwd. Het
blijft dus altijd oppassen!!
De Cairn beperkt zijn
graafactiviteiten niet tot het bos. De tuin van menig Cairn-bezitter wordt
vakkundig omgespit, als dit niet als pup is afgeleerd!! Soms zijn Cairn in
staat hele tunnels te bouwen, waardoor ze geheel onder de grond verdwijnen.
Cairn Terriėrs zijn
intelligente honden. Ze leren heel gemakkelijk. Ze zijn ook goed in de
basisbeginselen van de gehoorzaamheid te leren. Aleen .... als het er op aan
komt ..... blijkt dat ze alleen dan luisteren als ze daar toevallig zin in
hebben. Los laten lopen op de openbare weg is daarom gevaarlijk, de kans
bestaat dat ze een kat zien en zonder naar de baas te luisteren de weg
oversteken. Een ongeluk is dan snel gebeurd.
Over het algemeen kan de
Cairn goed opschieten met kinderen. Hij is een vriendje voor zowel grote als
kleine kinderen. Met grotere kinderen kan hij urenlang met een bal of stok,
dollend in de tuin. Bij kleinere kinderen moet er vanzelfsprekend voor
gezorgd worden dat de hond ten opzichte van het kind wordt beschermd. De
meeste Cairn Terriėrs staan veel toe van jonge kinderen -prikken in de
oogjes, trekken aan de oren- zonder gegrauw of gegrom. Het is aan de ouders
om te voorkomen dat de hond speelgoed wordt voor een kind!
Een Cairn kunt u overal
mee naar toe nemen, mits u hem van het begin af aan op een juiste wijze
heeft opgevoed. Hij gaat graag nee winkelen, u doet 'm een enorm plezier met
een ritje in de auto (het liefst liggend op de hoedenplank, zodat hij de
hele omgeving kan overzien), fietsend door de stad vindt de Cairn z'n plekje
in een mandje voor- of achterop de fiets. Meenemen in de trein, bus of tram
gaat door zijn formaat heel gemakkelijk.
Naast het uiterlijk
tussen de Cairn-reu en een Cairn-teef (de reu is wat groter en imposanter
dan de teef en bezit een wat overvloediger haarvacht) zijn er ook een aantal
karakterverschillen. Wellicht geheel tegen de verwachting in is een
Cairn-reu over het algemeen aanhankelijker dan een teef. Tegelijkertijd
echter is hij dominanter en heeft daarom een strakkere hand nodig. De
Cairn-teef daarentegen is wat vinniger, wat kattiger. Zowel de reu als de
teef staan hun "mannetje". Ze zullen zelden beginnen met vechten, maar
worden ze aangevallen door een andere hond, dan zullen ze zich fel
verdedigen.
Onderlinge ruzies tussen
Cairns in een groep komen voor. Reuen proberen vooral hun tegenstander met
gegrom en met hun houding te te imponeren en is een machtsstrijd eenmaal
beslist, dan wordt de uitslag geaccepteerd. Teven onderling gaan sneller een
daadwerkelijke knokpartij aan en vechten langer door dan reuen.
Een Cairn is een hond,
die aan de ene kant heel zelfstandig optreedt (hij kan urenlang enthousiast
in z'n eentje met z'n bal spelen), terwijl hij aan de andere kant veel
aandacht vraagt. Het opvoeden van een Cairn vraagt veel tijd en geduld, maar
een zorgvuldig opgevoede Cairn, die heeft, wat u, als
eigenaar, belangrijk vindt, is een eindeloze hond. Alle tijd en moeite, die
u in de eerste manden investeert, krijgt u later dubbel en dwars terug.
Een Cairn heeft een
strenge, maar eerlijke en consequente opvoeding nodig. De Cairn hoort van
jongs af aan te leren dat de baas in de machtshiėrarchie boven de Cairn
staat. Denkt u niet:"ach, dat schattige hondje, hij is nog zo klein, laat
hem maar", als hij zich als pup misdraagt, want dat heeft iedere Cairn
Terriėr onmiddellijk door en daar zal hij als pup en in de toekomst als volwassen hond misbruik van maken.
Het is geen zeldzaamheid dat er tijdens de opvoeding iets fout gaat en de
Cairn de baas in huis wordt. In de meeste gevallen mankeert er niets aan de
betrokken Cairn, veelal is er iets mis gegaan in de opvoeding. Het is daarom
aan te bevelen met de Cairpup een puppycursus of -indien hij wat ouder is-
aan een elementaire cursus gehoorzaamheid van een plaatselijke Kynologenclub
deel te nemen. De hond leert de basisbeginselen van de gehoorzaamheid, de
baas leert op een goede wijze met de hond om te gaan.
De Cairn Terrier is een
hond met een tomeloze energie. Deze energie moet hij kwijt kunnen, een Cairn
moet zich uit kunnen leven. Volwassen Cairns hebben dagelijks een grote
wandeling nodig, liefst op een plaats waar ze los kunnen, zodat ze goed uit
kunnen rennen en plezier maken met een bal, stok of andere honden. Kijkt u
overigens niet verbaasd als u na twee uur lopen en rennen met de hond thuis
vermoeid in uw stoel neerploft en uw Cairn staat weer kwispelend met zijn
bal voor uw neus. Dat is niets bijzonder. De Cairn Terrier is nu eenmaal
onvermoeibaar. Overigens geldt dit voor volwassen honden. Net pup moet u met
wandelen beslist voorzichtig zijn. Vier tot vijf keer per dag 5-10m minuten
in een rustig tempo wandelen is voor een heel jonge Cairn ruimschoots
voldoende. Overdaad schaadt in dit geval !!!!
Waarop let u bij het
kopen van een pup ??
U heeft besloten een
Cairn Terrier pup aan te schaffen ??
De Akita, een van de oudste rassen van Japan, ontstond in de 17e eeuw. Deze hond is door de edelen van de Akita prefectuur op het eiland Honshu gefokt. Oorspronkelijk hielden alleen de Shoguns, de keizerlijke leiders van het land, de Akita. Deze hond werd gebruikt als keizerlijke waakhond, voor hondengevechten en voor de jacht op wild en beren. In 1931 heeft de Japanse regering de Akita tot onderdeel van het nationaal erfgoed gemaakt.
Door de uitbraak van hondsdolheid in Japan aan het eind van de 19de eeuw is de Akita bijna uitgestorven. Om verspreiding van deze ziekte te voorkomen gaf de regering de opdracht om alle honden te doden en de eigenaren hebben hun geliefde Akita vrijgelaten in de meest afgelegen berggebieden van het eiland. De Akita hebben overleefd dankzij hun gehardheid en goede jachtinstinct.
Helen Keller was de eerste die een Akita in de Verenigde Staten importeerde. In de Tweede Wereldoorlog werden vele Amerikaanse soldaten gecharmeerd door de Akita en ze hebben er vele meegesmokkeld bij terugkeer naar de VS. In 1972 heeft de American Kennel Club deze hond erkend.
Net als alle rassen heeft de Akita de juiste verzorging en voeding nodig om een lang en actief leven te kunnen leiden. Vergeleken met andere honden kent de Akita een aantal gezondheidsproblemen, zo is de Akita gevoelig voor structurele problemen zoals heupdysplasie, artritis en afwijkende vorming van de gewrichten. Andere gekende gezondheidsproblemen bij de Akita zijn de ziekte van Cushing, oogproblemen, talgklierproblemen, schildklierproblemen en auto-immuun thyroļditis en ziektes van het immuunsysteem zoals VKH en Pemphigus.
De levensverwachting voor een Akita ligt rond de twaalf jaar.
De Akita beschikt over een unieke combinatie van waardigheid, moed, affectie en waakzaamheid. Deze hond is buitengewoon aanhankelijk en trouw naar zijn familie en is zeer gesteld op gezelschap. De Akita is zeer agressief naar andere honden en dieren. Deze hond kan niet alleen gelaten worden met andere huisdieren. Hoewel de Akita de kinderen van zijn eigen familie goed verdraagt, kan men niet verwachten dat hij het gestoei en geknoei van de kinderen zonder meer accepteert. Deze hond heeft een sterke wil en vereist een strenge opvoeding. De Akita kan een variėteit aan interessante geluiden produceren. Deze hond heeft een sterke territoriumdrift en is gereserveerd ten opzichte van vreemden. Door zijn uitzonderlijke jachtvermogen is de Akita in staat om zelfs in de sneeuw te jagen.
De Akita heeft een ruwe, harde kortharige vacht die regelmatige verzorging nodig heeft. De zachte ondervacht is gevoelig voor vervilting.